Hij heeft er lang over nagedacht, of hij aan het boek wilde meewerken. Wat ik heel normaal vind. Uiteindelijk vraag je toch aan de mensen of ze een stukje ziel willen blootleggen, dat is niet per se gemakkelijk. Ik ben Pol dankbaar voor zijn vertrouwen en zijn openhartigheid. En ik wil hem verzekeren dat het een mooi stukje ziel is dat hij heeft blootgelegd. Ik ben hem ook dankbaar voor de les die ik via hem geleerd heb. Dat je altijd een keuze hebt. Ook – in zijn donkerste momenten – de keuze om te sterven. Alleen al dat klare besef maakt de mist in je hoofd soms wat minder dik. En zoals je zelf zegt, Pol: ’We zijn allemaal mensen. Met onze eigen gevoelens, onze eigen warmte, onze donkere kanten en onze fouten.’ En onze dromen. Het maakt ons tot wie we zijn, in dit geval: gewoon Pol.

 

Ik wist als kind heel goed wat ik wilde worden: priester, muzikant en piloot. Dat is nogal typisch voor mij, er zit een stuk gulzigheid in. Ik wilde het allemaal. Ik wilde zoveel mogelijk beleven in dit leven. Dat heeft natuurlijk ook zijn negatieve kant. Hoe zegt Goethe dat? ’In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister’. In de beperking herken je de meester. Dat is voor mij altijd moeilijk geweest.

 

Priester Muzikant Piloot

Later heb ik begrepen dat de priester, de muzikant en de piloot drie elementen zijn van mijn persoonlijkheid. De priester is het sociale en gewetensvolle aspect, de piloot breekt uit, onderneemt en stuurt aan. En als die twee in evenwicht zijn, dan zingt of speelt de muzikant. Dan ben ik in balans. Dan ben ik gelukkig.

Als kind zag ik dat natuurlijk zo abstract niet. Ik wilde de wereld zien, ik wilde rondzwerven, me verruimen. Dat was de piloot in mij. Ik ben opgegroeid in Congo. En ik ben altijd een beetje een nomade gebleven. Als ik te lang in België ben, word ik zenuwachtig. Ik was al vroeg gefascineerd door technologie. Ik was zes jaar toen ik mijn eerste radio maakte. Het ’entrepreneursschap’ zat er ook al heel vroeg in. Ik heb er altijd van genoten om dingen op poten te zetten en dingen te verkopen. Als we met de scouts de baan op gingen om spullen te verkopen, dan wilde iedereen graag mee met mij, dan verkochten ze veel. Op schoolfeesten zetten ze mij ook altijd aan het werk om frisco’s te verkopen. Goed voor de schoolkas. (Lacht)

Ik speelde drums in het middelbaar. Daar werd ik echt blij van. Een pure trip. Ik heb hier nu nog een djembé staan. Als ik gestresseerd ben, begin ik daarop te kloppen. Later ben ik in een Gregoriaans koor gaan zingen. In mijn L&H periode was dat mijn uitlaatklep op vrijdagavond. De mensen daar stelden zelden of nooit vragen over mijn business, het was puur genieten van de muziek.

 

Pol, we hebben geen keuze

En ik was een heel gewetensvol kind, ik wilde juist handelen en anderen helpen, de scoutsdroom. Des te erger wat er later gebeurd is met L&H. Het ’creatieve spel’ met onze omzet: we deden het voor de goeie zaak, maar je kunt ook iemand vermoorden voor de goeie zaak. Wij vochten voor onze eigen streek en onze eigen mensen, en als het aandeel van het bedrijf naar beneden donderde en het bedrijf ging kapot, dan was dat een ramp voor de streek en voor de mensen die hun geld in ons geïnvesteerd hadden. Een ramp ook voor de werkgelegenheid in de streek. Maar het botste met mijn geweten.

Op een bepaald moment zei ik tegen Jo: ’Laten we open kaart spelen met onze advocaat Louis Verbeke. Laten we gewoon vertellen wat we gedaan hebben, dat we de omzet gemanipuleerd hebben. Wij stappen uit het management, we bieden ons ontslag aan, maar het bedrijf zal dan tenminste blijven bestaan.’ Maar Jo zei toen tegen mij: ’Pol we hebben geen keuze, we moeten doorgaan.’ Ik heb dan mee de beslissing genomen om te zwijgen. We hebben daar allebei evenveel schuld aan. Maar het vloekte met heel mijn wezen. Daarom ben ik ook ziek geworden. Ik was totaal uit balans. Eén van onze advocaten zei in die tijd tegen mij: ’Pol, je ziet er altijd zo dodelijk vermoeid uit, wat is dat toch?’ Het was die permanente innerlijke strijd. Je bedekt het met de mantel der liefde – het is voor de goeie zaak, het is voor onze streek – maar het blijft verkeerd. De priester in mij ging in tegen zijn eigen geloof. Dat moest wel fout lopen.

 

Het verwoestende ego

Mijn vader was nogal dominant. Ik had als kind een grote hunkering om door hem erkend te worden. Ik wilde bewijzen dat ik het minstens even goed kon, dat ik het waard was om er te zijn. Een schouderklopje is zo belangrijk. Ik heb mijn vader altijd graag gezien. Maar warmte en bevestiging geven, dat was iets wat hij zo moeilijk kon. Dat geeft je als kind wel eens het gevoel dat je niet bestaat.

Die hunkering naar bevestiging en erkenning is nooit helemaal weggegaan. Het heeft mijn latere acties beïnvloed. De hoogste pieken van succes waren nog niet hoog genoeg. Ik was slaaf van mijn eigen status en ego. Het zette me gevangen in mezelf. Toen de crisis bij L&H losbarstte en ik in de gevangenis belandde, ben ik hierover beginnen nadenken. Voor het eerst in mijn leven heb ik toen eerlijk in de spiegel gekeken. ’Hoe komt dat nu? Hoe heb ik het zover laten komen?’ Ik heb dan beseft dat ik dat ego moest loslaten, als ik ooit écht vanachter mijn eigen tralies wilde uitbreken.

Wat is ego? Ego is een verzameling van identificaties, met materiële en immateriële elementen. Je ziet het bij veel mensen met een topfunctie: ze ZIJN hun villa of hun auto of hun jacht. Ik identificeerde me eerder met status, met de zaak. Het begon al met onze eigen naam aan de zaak te geven, Jo en ik wàren het bedrijf. Ach, je ziet het zo vaak. Mensen identificeren zich met hun functie. Als ze hun functie verliezen, zijn ze meteen ook hun identiteit en hun bestaansreden kwijt. We hebben meer dan 40 bedrijven overgenomen en geloof me, de moeilijkste discussies gingen over de naamkaartjes. Mensen waren vaak bereid minder te verdienen als ze maar financieel directeur of CEO konden blijven. Die functie bepaalt zo sterk het waardegevoel van mensen. Dat is verkeerd en ongezond, dat besef ik nu. Maar het is zo moeilijk om het los te laten. Ego is verwoestend.

Het is ook vals. Voor de crash had ik tienduizenden zogezegde vrienden. Iedereen kwam mijn gat likken, om het cru te zeggen. Waren dat vrienden? Maar neen. Deden ze dat voor mij? Ook niet, het ging hen alleen om mijn functie, mijn status. Maar je trapt erin, ’you start to believe the crap’. Je wil het ook graag geloven. En zelf deden we het soms ook. We genoten ervan om op foto te staan met een Bill Gates bijvoorbeeld. Zijn succes straalde ook af op ons bedrijf. Zo gaat dat. Maar het is allemaal niet echt.

 

Falen was geen optie

L&H was een droom. Voor we startten hebben Jo en ik onze intentie heel duidelijk gesteld. We wilden een beursgenoteerd wereldbedrijf worden. Dat was van in het begin onze ambitie. Die was torenhoog. Dat heeft ook gemaakt dat we zoveel onverantwoord risico hebben genomen. Voor we naar de beurs gingen hebben we een persoonlijke borg getekend van een astronomisch hoog bedrag. Totaal onverantwoord tegenover ons gezin. Maar we wilden een stempel drukken op deze wereld, ’I’ve been here’. Dat hebben we uiteindelijk ook gedaan, we hébben een bedrijf op de wereld gezet om U tegen te zeggen. Maar was het het risico waard, voor onszelf en onze geliefden? Ik denk het niet.

Mislukken was nooit een optie. We gingen ervan uit dat we het zouden maken. Dat trekt ook positieve energie aan. Als je geen schrik hebt, spring je vaak hoger en verder. Jo en ik gingen elke ochtend wandelen. ’Pol, hoe gaan we dat nu oplossen?’, vroeg hij dan soms. Dan zei ik: ’Jo, ik weet nog niet hoe, maar dàt we het gaan oplossen dat is zeker.’ (Lacht) Dat schetst onze mentaliteit.
Aan lef en doorzettingsvermogen was er nooit gebrek. We gingen van deur tot deur om geld te verzamelen om ons bedrijf te doen groeien. Boeren die voor ons obligaties van onder het meel haalden, onwaarschijnlijk. We waren overtuigd van ons product en we straalden dat uit. De piloot ging hard.

 

Een neerwaartse spiraal

Maar de markt volgde traag. Het vraagt behoorlijk wat tijd voor de markt klaar is voor nieuwe technologie. En onze taaltechnologie was heel nieuw en vooruitstrevend. Onze omzet groeide dus niet snel genoeg. En dat is nefast voor een beursgenoteerd bedrijf. We hadden voortdurend financiële zorgen.

Het systeem is eigenlijk verkeerd. Bedrijven die beursgenoteerd zijn moeten per kwartaal rapporteren. Analysten becijferen wat je omzet gaat worden, en als je die omzet niet haalt dan zakt je aandeel in mekaar. Bedrijven doen er dus alles aan om omzet en winst te halen. Die kwartaaldruk is zo hevig dat de verleiding om eraan te sleutelen groot is. De meeste bedrijven doen dat dan ook. Maar wij hebben daarin overdreven. Wij hebben het op zo’n grote schaal gedaan dat het niet meer te verantwoorden was. Wij financierden zelf een aantal bedrijfjes die we opgericht hadden, taalfirma’s die echt zinnige dingen deden, het waren geen lege dozen. Op zich is dat niet verkeerd, het is een systeem van franchise dat je vaker tegenkomt. Maar je moet wél rapporteren aan de markt dat je die bedrijven zelf financiert. Dat je de omzet die je zo creëert zelf gefinancierd hebt. En dat hebben we niet gedaan. Zo leek onze omzet groter dan hij in feite was. We zijn dus niet transparant geweest. We hadden dat moeten rapporteren.
De eerste keer dat we de cijfers op die manier mooier maakten, maakte ik mezelf wijs dat het daarbij zou blijven. Maar eens je begint met je omzet te manipuleren, wordt het heel moeilijk om ermee te stoppen. Die kwartaaldruk is er elke keer opnieuw. Onze CEO Gaston Bastiaens was zot in het leiden van de analysten. Hij stelde irreële doelen, een omzet die we nooit konden bereiken. De druk werd alsmaar groter. We waren in een spiraal terecht gekomen. Een neerwaartse spiraal.

Ik had toen mijn intuïtie moeten volgen, ik had open kaart moeten spelen, alles rapporteren aan de financiële markten. Wij zouden moeten opstappen als voorzitters, maar het bedrijf was dan tenminste gered. Ik heb het niet gedaan, ik heb gezwegen.

 

Hoogmoed voor de val

En stilaan geraakte ik meer en meer uit balans. Mijn chauffeur heeft me daar op gewezen. Ik heb nog regelmatig contact met hem. Ik was gewoon om in de auto wat te zingen. ’Pol, dat laatste jaar heb je niet meer veel gezongen hé’, zei hij onlangs. Mijn chauffeur Geert, Petra mijn koffiemadam, die mensen vertelden me veel vaker de waarheid dan al die toplui. Zij zorgden voor mij. Ze waren ook bezorgd om mijn persoon, niet om mijn functie. Ik vroeg Petra regelmatig om even bij me te komen zitten. Dan gaf ze feedback op de gasten die ze gezien had. ’Die Amerikanen van gisteren, doet daar geen zaken mee! Ze zagen mij niet staan!’ Dat vond ik heel belangrijk om te horen.

Toen ik later ziek te bed lag met een zware depressie is Petra bij me geweest, ze had een bidprentje bij zicht, ik draag het nog altijd op zak. Dat heeft me enorm geroerd, dat de koffiemadam naar me toe kwam. Van de zogezegde ’top’ heb ik iemand gezien.

In 2000, kort voor de crash, was de innerlijke strijd bijzonder hevig. In mei 2000 sloten we de grootste transactie uit ons bestaan af, de overname van het Amerikaanse bedrijf Dictaphone, een icoon. Maar het was te véél, we hadden al te veel kopzorgen met de omzetmanipulatie die ons boven het hoofd groeide. De piloot was zot van hoogmoed en ego, de priester was verbannen. Ik ging dwars tegen mijn geweten in, ik was doodongelukkig.

pol

Waarom moet dit kind sterven

Het was 8 augustus 2000. Een mooie zomerdag. Ik lunchte met een vriend in een restaurant op de Rodeberg, op mijn gemak op een terras in de zon. Ik kon me dat die dag permitteren want het was vakantie en erg rustig op kantoor. En toen kwam die telefoon: ’Pol, ze beginnen te schieten op het bedrijf, The Wall Street Journal zit ons op de hielen.’ Het was een val van de hemel naar de hel. Ik ben meteen teruggereden naar de zaak en ik ben beginnen rondbellen. Mensen kalmeren en geruststellen. Maar het onheil was geschied, het was niet tegen te houden.

De hele actie tegen L&H was gestuurd door onder andere de CIA. De Amerikanen wilden ons vel, vooral het vel van ons bedrijf. We waren gewoon te machtig geworden, ’those two assholes from Flanders’. We hadden militair strategische technologie ontwikkeld die absoluut in Amerikaanse handen moest blijven: een algoritme dat ’topic identification’ heet. In een massa tekst analyseert dit meteen waar het over gaat. In combinatie met onze spraak- en vertaaltechnologie was dat zeer handig voor spionage doeleinden. De Amerikanen volgen alle internationale satelietgesprekken, àlle gesprekken. Ze hebben daarvoor ’server farms’, vele vierkante kilometers computerservers, waarop miljoenen gesprekken per dag opgehaald worden. Zo’n massa informatie kan geen mens behandelen. Dat moet via software bekeken worden. Continue spraakherkenning én topic identification waren daarvoor ideaal. Dat moésten ze in handen hebben.
Langs alle kanten waren we onder druk gezet om onze hoofdzetel in de VS te vestigen, dan waren we een Amerikaans bedrijf en zouden ze ons waarschijnlijk niet de dieperik ingeschoten hebben. Maar we wilden niet weg uit Vlaanderen. Dus hebben ze geschoten en ze zijn blijven schieten, tot alles kapot was.

Ons bedrijf was mijn kind. Ik had me er totaal mee geïdentificeerd. Het was een kind waarvoor we hadden afgezien, waarvoor we dag en nacht gewerkt hadden. Waarvoor we ons gezin en onze kinderen van vlees en bloed vaak hadden verwaarloosd. ’Waarom moet dit kind sterven?’ die vraag raasde de dagen en weken erna door mijn hoofd.
Als een kind sterft reageren de ouders daar soms heel verschillend op. Vaak volgt er ook een scheiding op. Dat was ook zo bij Jo en mij. Ik heb mijn louteringsproces gehad in de gevangenis en alle jaren daarna. Ik ben beginnen inzien dat ik fout was. Jo vindt nog altijd dat we geen fouten gemaakt hebben, dat ons geen schuld treft.

 

Afbraak en goedheid

Ik heb 70 dagen in voorhechtenis gezeten. Daar is de loutering begonnen. Al voelde dat in het begin natuurlijk niet zo. De weg van de top naar de bodem was steil en hard. Het gevangenis systeem is gebouwd op vernedering. Als je bezoek hebt gehad – in groep in een grote eetzaal – moet je je achteraf helemaal uitkleden. Ze bekijken je kleding en ze mogen je ook ’visiteren’, om te controleren of je geen drugs in je aars gestopt hebt. Ze wisten dat ik in de bak zat voor financiële zaken, maar één etter heeft het toch gepresteerd om dat te doen. Waarschijnlijk om achteraf te kunnen zeggen ’Ik heb in Pol Hauspie zijn gat gekeken!’ Ik zeg het cru, maar het was ook cru. Je wordt daar afgebroken tot onder de grond.

Ik heb in de gevangenis ook warmte ervaren, ik heb er vriendschappen gesloten. Michael was een Engelse Cockney die in Londen drie gezinnen had die niks van mekaar wisten. Hij stal en smokkelde zich uit de naad voor hen. En voor mij heeft hij de lekkerste spaghetti ooit gekookt. Chris was een medegevangene, een boom van een kerel, die mij beschermde tijdens de ’wandelingen’ met de andere gevangenen. Weet je, het zijn allemaal mensen. Met hun eigen gevoelens, hun eigen warmte, hun donkere kanten en hun fouten. Een gevangene is zoveel meer dan de misdaad die hij begaan heeft.

In de gevangenis heb ik voor het eerst kritisch naar mezelf gekeken. ’Hoe is het zover kunnen komen?’ Ik ben mezelf beginnen analyseren, de goeie en de donkere kanten. En pas als je bepaalde fouten accepteert, kan je eraan beginnen werken. Zoveel mensen kunnen geen fouten toegeven, niet aan anderen, maar ook niet aan zichzelf. Terwijl het zo gemakkelijk is. Er is niks simpeler dat te zeggen: ’Ik zat fout. Hoe gaan we nu verder?’ We denken dat het zwak is om fouten toe te geven, integendeel, het maakt je sterker.

Ik wilde mijn fouten toegeven en de waarheid zeggen. Op het proces in 2010 heb ik zelf een stuk pleidooi gehouden. Ik moest persoonlijk mijn fouten toegeven, om te kunnen genezen. De waarheid maakt je vrij ja, of toch vrijer.

 

Op de bodem van de put

Maar dat ging niet van vandaag op morgen. Ik heb lang op de bodem van de put gezeten, dicht tegen het einde. Ik voelde geen enkele motivatie meer om voort te leven. Na mijn periode in de gevangenis heb ik een tijd in Zuid-Afrika gewoond. Om de drie maanden kwam ik naar België voor de ondervragingen. Twee weken aan een stuk, elke dag van ’s morgens tot ’s avonds. Afschuwelijke weken. Zelfs het weerzien met mijn familie was de hel, ik schaamde me zo diep. Afrika heeft me voor een stuk gered, de kleuren, de natuur, de warmte, de mensen die geen nagel hebben om aan hun gat te krabben maar die desondanks veel vrolijker zijn dan de mensen hier. Ik werd er ook niet bekeken en beoordeeld.
Maar ik zat te diep. Ik heb twee keer op het randje gestaan van een zelfmoordpoging. Was Afrika er niet geweest dan was het misschien veel vroeger gebeurd, en was het misschien gelukt.

Ik heb het niet gedaan uiteindelijk, omwille van mijn kinderen.
Ik had de slaappillen in mijn hand. Ik leefde al dagen op drank en sigaretten, ik kwam mijn bed niet meer uit. Ik zag geen enkele uitweg meer, geen mogelijkheid om het goed te maken bij de mensen die ik teleurgesteld had. Ik wilde een glas wijn nemen om de pillen door te spoelen. En ik stootte een foto om van mijn vrouw en kinderen. De foto kletterde tegen de vloer, ik was bang dat ik de lijst gebroken had. Ik heb de foto opgeraapt en ik heb er lang naar gestaard. Ze waren nog heel, de mensen die ik het liefst zag in de wereld. Op dat moment ging er een alarmbel af in mijn hoofd. Zij mochten zich niet schuldig voelen voor mijn daad. Ik heb het glas wijn tegen de muur gekwakt.

 

De keuze om te leven

Geneviève White is heel belangrijk geweest in mijn leven. Ze is aromatherapeute, een heel bijzondere vrouw. In Kaapstad wordt ze de ’White Witch’ genoemd. Ze heeft me echt uit de stront getrokken, ze heeft me op pad gezet en me weer naar boven geleid. Ze heeft me geleerd dat er altijd een keuze is. Ook de keuze om te sterven. Toen ik daar rondkrabbelde op de bodem heb ik haar verteld dat ik niet meer wilde leven. Toen zei ze: ’Pol, als jij vindt dat het leven ondraaglijk is, dan mag je sterven. Het is jouw leven, niemand anders kan die keuze maken.’ die woorden hebben me gered. Alleen nog maar het besef dat je de keuze hebt maakt alle verschil. De meeste mensen praten op je in, dat je de schuld doorschuift naar je kinderen. Dat duwt je nog dieper in die put van schuldgevoel. Je wil ontsnappen maar je mag niet. Die vrijheid om te mogen kiezen, dat was een doorbraak voor mij. Het leven was niet langer een gevangenis waaruit ontsnappen onmogelijk was. Er was weer hoop.
Ik heb toen besloten om te blijven. Ik heb voluit gekozen om te leven.

Je hebt altijd een keuze, dat weet ik nu. En eigenlijk weet je intuïtief wat goed en wat fout is, loepzuiver. De christenen noemen dat het geweten. Dat bestaat. Maar we besteden er vaak liever geen aandacht aan. We stoppen het weg.
Had ik dat allemaal beseft die dag dat Jo tegen me zei: ’Pol, we hebben geen keuze’, dan was het misschien allemaal anders gelopen. Dan had ik hem er misschien van kunnen overtuigen dat er altijd andere opties zijn.

 

Afscheid van een oude ’ik’

In Afrika heb ik mijn oude ’zelf’ ook letterlijk begraven, met een bijzonder ritueel. Het idee kwam van Geneviève. Ik was aan een nieuw leven aan het bouwen, maar soms stak die oude Pol nog de kop op. ’Begraaf hem’, zei ze, ’dan kan je je nieuwe leven alle kansen geven.’
Bovenop een rots die uitkijkt over de Atlantische Oceaan heb ik afscheid genomen van mijn oude ’ik’ en mijn oude leven. Helemaal alleen, op mijn lievelingsstrand Scarborough Beach, een prachtige plek. Ik had een afscheidsbrief geschreven voor de oude Pol, een lijkrede. Die brief heb ik daar op die rots voorgelezen. Het was een heel emotioneel moment. Ik voelde blijdschap en verdriet. Daarna heb ik de lijkrede in een lege wijnfles gestopt. Ik ben altijd een wijndrinker geweest, maar op den duur was ik er verslaafd aan. Ik dronk gemiddeld toch één à twee flessen per dag. De avond voor mijn begrafenis heb ik mijn laatste fles wijn gedronken, een Boschkloof, mijn lievelingswijn. Ik wilde ook afscheid nemen van de alcohol. Wijnfles en lijkrede heb ik na de ’plechtigheid’ in zee gegooid.

De oude Pol komt nog af en toe spoken. Het is dagelijks een opdracht om niet in oude fouten hervallen. Het ego dat weer opspeelt. Dan hoor ik mezelf plots weer oude oorlogsverhalen vertellen, wil ik mezelf weer bewijzen. Het gebeurt niet vaak, af en toe. ’Hij is weer bezig’, denk ik dan. ’Hup, terug in uw kot’. (Lacht)

 

De muzikant speelt

Gelukkig zijn is voor mij een bewuste keuze. Nu ja, wat is ’geluk’? Ik ben gelukkig als ik in balans ben, als de priester en de piloot in evenwicht zijn. Dat wil niet zeggen dat er nooit moeilijke momenten zijn. Maar ook op moeilijke momenten kan je gelukkig zijn. Geluk is een mentale ingesteldheid waarvoor je kiest. Het is een spier die je kan trainen. Wat mij nu gelukkig maakt is groeien door inzichten te verwerven, in mezelf en in anderen.
En vooràl, anderen gelukkig maken. Niet door materiële dingen te geven. Dat helpt heel even. Maar op termijn maak je mensen op die manier afhankelijk, en dan wordt het weer een machtskwestie. Mensen gelukkig maken is voor mij kansen creëren, mensen op pad zetten en op langere termijn weer vooruitzichten geven. Mijn grote droom is om nog een stukje te kunnen bijdragen in Afrika. Delen wat ik geleerd heb. Mensen coachen in hun ondernemingen.

De gevoeligheden, de dromen die je hebt als kind, die mag je eigenlijk niet uit het oog verliezen. De scoutsdroom om anderen te helpen is gebleven. Delen wat ik ken en wat ik weet. En dingen in gang zetten, ondernemen. Dat ook. Ik was altijd al een goeie entrepreneur, al zeg ik het zelf. De priester en de piloot dus, ze zijn er altijd geweest. De piloot zit aan het stuur, maar de priester stippelt nu de koers uit. En dat doet mijn hart zingen. De muzikant speelt. Het evenwicht zit goed.

Pol Hauspie in ‘Wat het is. Vele dromen later.’

Christina Van Geel (Pelckmans 2015)

 

Share on Facebook

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *